Wat is Griefelen?

Griefelen is het proces om van spanning te komen tot ontspanning. Van een ontregeling naar een (hernieuwd) evenwicht

Het Griefelprogromma ondersteunt kinderen hierbij. Het programma biedt handreikingen om het vermogen tot zelfregulatie op alle gebieden te ondersteunen, denk aan gedrag, emotie en hechting. Jonge kinderen (2,5 – 7 jaar)  kunnen op deze manier leren om de stress van alledag beter aan te kunnen.

Jonge kinderen weten zich soms geen raad wat ze gewaarworden in hun lichaam, wat het doet met hun energie niveau en ze hebben vaak nog niet voldoende taal om op een adequate manier te kunnen communiceren. Dat kan invloed hebben op  de cognitieve, sociale– en de emotionele ontwikkeling. Het Griefelprogramma geeft hen handvatten om de gewaarwordingen te leren (her)kennen, hier taal voor te ontwikkelen en om van de (bij de gewaarwordingen behorende) spanning te komen tot ontspanning. Dit alles met een voor hen vertrouwde volwassene, waardoor de hechting versterkt wordt.

Een belangrijke rol in het leerproces is dus weggelegd voor:

  • (h)erkennen van de zintuigen
  • het leren (h)eren herkennen van de gewaarwordingen (signalen die het lichaam geeft)
  • de vertaling van gewaarwordingen in gevoelens en lichaamssensaties  (betekenisgeving)
  • leren om de gewaarwordingen tot te laten en te verdragen
  • leren dat gewaarwordingen en emoties veranderen, niet hetzelfde blijven
  • het verkrijgen van taal voor al het bovenstaande
  • actieve manieren om zelfstandig van spanning naar ontspanning te kunnen komen


 

Het leren kennen van de zintuigen: horen, zien, voelen, proeven en ruiken

Het zintuiglijk waarnemen staat centraal bij het Griefelen. Dit wordt geïntroduceerd voor de kinderen in het openingslied, waar Stokkie kijkt, luistert, ruikt, proeft en voelt. In de verhalen door (rijm)zinnen als ‘Hè, jekkie, jakkes jullemelies, wat ruikt daar toch zo vréééselijk vies ?!’ Hoe het in je lichaam voelt om ‘zo stevig te staan als een boom’ en hoe voelt dat anders dan wanneer je met een zacht veertje over je huid strijkt.  Ook in de klas zijn er talloze mogelijkheden om met de zintuigen te oefenen. Het voelen van klei, water en verf. Het ruiken van grond, klei of scheetjes. Of het bewust worden van de vele soorten geluid die kinderen al dan niet opvangen.

Het leren (h)erkennen van gewaarwordingen, signalen van het lichaam

Krokodil merkt dat hij kronkels ervaart en dat hij dan moet happen en bijten. Schildpad en Vogel zijn allebei bang, maar reageren anders: de één moet vluchten, de ander verlamt/bevriest onder haar schild. De woorden ‘boos’ en ‘bang’ hoeven niet gebruikt te worden, wil een kind leren voelen dat gewaarwordingen door het hele lichaam gaan.

Een moeder die meedeed, vertelde dat ze altijd had gedacht ‘een schildpad te zijn’, maar dat ze nu had ontdekt dat ze ‘best wel veel Krokodil was’.

In de klas kan regelmatig gerefereerd worden aan wat het lichaam aan signalen geeft. Wat doen al die geluiden met een kind? Wie vindt het fijn om het schreeuwen te horen, wie niet? Waar voel je dat in je lichaam. Een kind dat kriebels krijgt in zijn buik, omdat hij had willen schilderen. Rode wangen, omdat het zo spannend is of de blokkentoren nu wel of niet valt. Waar voel je het in je lichaam, nu je wordt geduwd? Zijn het kronkels, is het een kleur, bubbels of steken.

Het herkennen dat je gevoel ook in je lichaam zit, in de vorm van gewaarwordingen in het lichaam en ontdekken waar je dat voelt

De kinderen leren voelen of hun hart snel(ler) klopt, of hun hoofd zwaar wordt, of ze hun vuisten ballen en gespannen spieren hebben. Dit alles valt onder het gewaarworden van wat er in het lichaam gebeurt. Het verschil tussen fijne spanning (blij, mondhoeken omhoog, juichen, verheugen) versus angstige spanning (ogen bewegen snel heen en weer, de ander niet echt aan kunnen kijken), verdrietige spanning (afhangende schouders en hoofd, mondhoeken naar beneden). Dan komen er ook woorden: Sterre die meldt dat er vlinders in haar buik zitten als ze in het spel door Krokodil achterna gezeten wordt; de trillende vingers van Nick als hij probeert om niet op zijn vingers te slaan met de hamer.

De kinderen leren dat er van alles gebeurt in hun lichaam. Ze leren dit te herkennen en aan te wijzen waar ze het in hun lichaam voelen en of we dit  boos, bang, bedroefd of blij noemen. Ze gaan merken dat gewaarwordingen niet bij iedereen op dezelfde plek in het lichaam zitten en/of hetzelfde voelen. 

Het leren  verwoorden van de gewaarwordingen en gevoelens

Het met de kinderen taal gaan maken is o zo belangrijk om letterlijk woorden te gaan koppelen aan wat een kind aan signalen voelt in zijn lijf (= gewaarwording).  Hier begint het proces om de gewaarwordingen te kunnen verdragen en vanuit dit verdragen te komen tot meer grip daarop.

Als een kind de signalen die zijn lichaam geeft, goed leert (h)erkennen, is de stap naar het verwoorden gemakkelijker. Woorden voor gevoelens zoals ‘boos’, ‘blij’, ‘bedroefd’ en ‘bang’ worden hierdoor gevulde woorden met een duidelijke betekenis.

Voor de gevoelens liggen ‘krinkels en kronkels’, liggen de gewaarwordingen, de signalen die het lichaam ons geeft. Deze kunnen worden aangewezen, kunnen op grote stukken papier letterlijk in gekleurde ‘kronkels’ worden omgezet of worden ‘ingekrast’ op het aardmannetje. De ‘krinkels en kronkels’ komen daarmee letterlijk van binnen naar buiten en krijgen een vorm en kleur.  Een kind kan daarmee makkelijker duidelijk maken wat er in hem omgaat. Tomas kraste zijn hele aardmannetje rood, nadat hij zich had gestoten en een kind had willen schoppen. Dat Tomas overspoeld werd door de pijn in zijn hele lichaam had de leerkracht niet verwacht.

Het is belangrijk dat in de verhalen die de kinderen worden aangeboden alle manieren  waarop een kind (maar ook een volwassene) kan reageren op stress een keer voorkomen: vechten, vluchten en verlammen/bevriezen. Ze zijn herkenbaar in de verhalen die voor het  het Griefelbos zijn geschreven. De kunst voor een kind is om vanuit de reactiepatronen te leren om de opgebouwde spanning (via het lied, een verhaal en oefeningen die passen bij het Griefelen, af te laten vloeien. Dit gebeurt door trillen en beven, als ook door actief te ontspannen. Het zijn hulpmiddelen van het lichaam, die nadat er iets is gebeurt,  kinderen en volwassenen de kans geven om het lichaam en de geest te helpen om tot herstel te komen. Hoe beter een kind hiertoe in staat is, hoe stressbestendiger en veerkrachtiger een kind zich zal ontwikkelen.


 

Theoretische onderbouwing

Het Griefelprogramma rust op een aantal theoretische fundamenten:

  • Somatic experiencing van Peter Levine en Maggi Kline 
  • Bruce Perry en het belang van ritme voor een kind 
  • Hellendoorn et al met het communiceren binnen beelden (de beeldcommunicatie)
  • Kabat Zinn’s mindfulness

Bron: www.griefelen.nl

PETRA Kinderbegeleiding past Griefelen toe in sessies van PMKT, maar kan ook zelfstandig worden ingezet. Voor meer informatie over griefelen kan gebruik worden gemaakt van het contactformulier of telefonisch via 06-12956683.